Zwitsers bankgeheim en de fiscus

De geheimhoudingplicht van Zwitserse banken geldt ook tegenover de fiscus. De bank mag, volgens artikel 47 van het Bundesgesetz über die Banken und Sparkassen, geen enkele informatie over hun cliënten aan de fiscus verstrekken. Twee vaststellingen hieromtrent:

–          Een bank mag, als gevolg van de werking van het bankgeheim, nooit rechtstreeks informatie verschaffen aan de fiscus.

–          Controleurs van de fiscus kunnen nooit op eigen initiatief bij de bank – al dan niet via een derdenonderzoek – informatie vergaren wanneer de belastingplichtige weigert die informatie te verstrekken.

Wanneer een controleur kennis heeft van het feit dat een belastingplichtige meer banksaldi heeft dan hij in zijn aangifte heeft verantwoord, kan hij de ontbrekende informatie alleen via een getuigschrift verkrijgen, die de bank aan de belastingplichtige heeft gestuurd. Wanneer de belastingplichtige dit getuigschrift vervolgens weigert ter inzage te verstrekken of vernietigt, heeft de controleur geen middelen meer om de feiten inzake de onbekende banksaldi vast te stellen.

Advertenties

2 gedachten over “Zwitsers bankgeheim en de fiscus

    1. dirkdewolf Berichtauteur

      Bedankt voor uw reactie.
      Meer informatie over Luxemburg: Artikel 458 van het Strafwetboek staat centraal voor het Luxemburgs bankgeheim. De onderzoeksbevoegdheid van de fiscus is begrensd door het Reglement van 24 maart 1989. Het Reglement stelt dat de fiscus geen onderzoeksrecht heeft, behalve voor de juiste berekening van registratierechten en successierechten. Concreet betekent dit dat de fiscus geen informatie mag vragen aan financiële instellingen betreffende individuele cliënten. Indien de fiscus informatie op een onwettige manier zou bekomen, mag deze in geen geval gebruikt noch getransfereerd worden.

Reacties zijn gesloten.