Maak schoon schip met de inkeerregeling

Zwitserland is op 9 oktober 2013 verdragspartner geworden van het OESO-verdrag over wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken (WABB). Hierdoor wordt het vanaf 2015 mogelijk dat Zwitserland informatie over belastingplichtigen gaat uitwisselen. De verwachting is groot dat de Nederlandse Belastingdienst dan informatie zal vragen over bankrekeningen die Nederlanders in Zwitserland aanhouden. Indien u in het verleden uw (Zwitserse) banksaldi niet hebt aangegeven in uw aangifte inkomstenbelasting (box 3), dan loopt u een verhoogd risico op navordering van belasting, heffingsrente en boete. Het feit dat landen (zoals Luxemburg en Zwitserland) hun bankgeheim opheffen of overgaan tot automatische gegevensuitwisseling is een reden voor mensen om gebruik te maken van de inkeerregeling.

Met ingang van 1 juli 2014 bedraagt de boete bij het inkeren van vermogens 30% van de ontdoken belasting. Vanaf 1 juli 2015 wordt deze boete verhoogd naar 60%. Mensen die zonder vrijwillig hun vermogen in te keren tegen de lamp lopen, riskeren een boete die kan oplopen tot 300%.

BelastingdienstDe Belastingdienst mag over twaalf jaar navorderen. Mede afhankelijk van het verleende uitstel voor het indienen van de aangifte, zal 2001 of 2002 het oudste jaar zijn waarover de Belastingdienst een navorderingsaanslag kan opleggen. De nagevorderde belasting bedraagt 1,2 % over het niet aangegeven banksaldo van het desbetreffende jaar. Bovendien is er heffingsrente verschuldigd. De heffingsrente is hoger naarmate het belastingjaar ouder is.

Het inkeren kan een ingewikkeld proces zijn, dat niet alleen betrekking heeft op de hoogte van de boete, maar ook op de hoogte van de op te leggen belastingaanslag. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de vraag waar het geld vandaan komt en wat er met het geld is gebeurd. Het is zeker niet ongebruikelijk dat na het inkeren, toch een dispuut ontstaat over de hoogte van de aanslag en dat daarbij beroep moet worden gedaan op de rechter.

Advertenties